T
DE CONFRÉRIE VAN FLORA,
door D. S. VAN ZUIDEN.
'C
OT nog toe was het bestaan dezer Confrérie geheel onbekend,
maar het toeval diende mij en uit de zoo rijke historiebronnen,
de notarisprotocollen, kwam ook dit genootschap van bloemenlief
hebbers te voorschijn om aan de vergetelheid ontrukt te worden.
Nog is het niet veel wat de hierachter volgende acte biedt, maar
toch genoeg om ons te doen zien hoe in het begin der i8de eeuw in
Den Haag mannen, meest allen van aanzienlijken huize, bijeenkwamen
om een broederschap, die reeds in 1659 was opgericht, maar aan
het kwijnen was geraakt, nieuw leven in te gieten. Gelukkig deden
zij dit door middel van den notaris, zich inbeeldende, dat een regle
ment voor hem geteekend, de leden zou verhinderen zich aan hunne
reglementaire verplichtingen te onttrekken. Dit reglement leert ons
dat de leden, behalve de liefhebberij voor planten, het gezellig samen
zijn en een schotel eten ook zeer ambieerden. Maar zij sloten met
name de hazardspelen uit. Doch misschien schijnen toch naar
de redacteur van dit Jaarboek vermoedt de bepalingen over de
soms zelfs verplichte veilingen van planten enz. wel te wijzen naar
een ander soort speculatie, van de soort nml., die 20 jaren vóór
de eerste oprichting der confrérie in den tulpenhandel zijn meest
bekende uiting had gevonden.
Nasporingen in verschillende richtingen leverden geen verder
nieuws over deze confrérie, waarom wij volstaan moeten met het
publiceeren dezer her-oprichtingsacte.
Op huyden den 6en February 1715 en volgende tijden compareerden voor
mij, Johan van Castel, openbaar notaris bij den Ed. Hove van Holland
geadmitteert in sHage residerende ende voor de getuygen onder ge-
noemt: De heeren Mr. Gaspar van Kinschot Commissaris generaal
van ’s lants legerscheepen, regerent Deecken dogh nu sullende affgaen,
Mr. Rijckeloff Perpetuus van Goens, advocaat voor de Resp®. Hoven
van Justitie, regerende Hooftman en aencomende Deecken, Mr. Hendrick
t'
12