.1
H
ii
I
i
167
HOOFDSTUK VII.
I
van een godsdienstig-menseh-
Militie. Landweer, Landstorm, Vrijwillige dienst,
Inkwartiering.
a. Militie.
Het aandeel der gemeente in le lichting 1918 bedroeg
2103 man, waarvan zijn ingeljjfd:
bjj de landmilitie2019 man
bij de zeemilitie 84
waarvan voor volledige oefening 2101 man en voor korte
oefening 2 man.
In 1918 werden in de registers ingeschreven:
262 verlofgangers der lichting 1916, 175 der lichting
1917 en 119 der lichting 1918, die na het volbrengen van
de eerste oefening in het genot van onbepaald (klein)
verlof werden gesteld en 297 verlofgangers komende
uit andere gemeenten.
Voor vertrek naar elders werden afgeschreven 36
verlofgangers.
Herhalingsoefeningen voor de militie werden, in ver
band met het buitengewoon verblijf onder de wapenen
der dienstplichtingen, niet gehouden.
In 1918 werden voor den duur van één jaar van den
dienst bjj de militie door Gedeputeerde Staten vrijge
steld: van de ingeschrevenen voor .de lichting 1919:
42 wegens het bekleeden van een godsdienstig-mensch-
lievend ambt, enz.;
74 wegens kostwinnerschap;
en bij Kon. Besluit: van de ter inlijving bestemde- en
van de ingelijfde dienstplichtigen, l>ehoorende tot de
lichting 1919 en vorige lichtingen:
28 wegens toekomstige woonplaats of wegens woon
plaats in de Koloniën;
9 wegens het bekleeden
lievend ambt, enz.;
1 wegens persoonlijke onmisbaarheid;
60 wegens kostwinnerschap.
Om verschillende redenen werden voor goed vrijge
steld 4 dienstplichtigen, behoorende tot de lichting 1919
en vorige lichtingen.
Behandeld werden 160 verzoeken om vrijstelling als
kostwinner van den militiedienst.
De militieplichtigen, voor wie de diensttijd of dienst-
1
I
ij M